Posts tonen met het label 23ad. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 23ad. Alle posts tonen

zondag 14 maart 2010

Ding 23: "Spelende archiefmedewerker, wat heb je nu geleerd?"

Eén dag voor de feestelijke afsluiting van deze reeks 23 Archiefdingen is het tijd voor het laatste ding: de evaluatie. Vandaar de titel (vrij naar Meneer Kaktus): Spelende archiefmedewerker, wat heb je nu geleerd?

Dat deze cursus voor mij niet het ene na het andere nieuwe ding zou opleveren stond van tevoren al vast. Toen ik 17 jaar geleden voor het eerst gopherde, en later met Mosaic m'n eerste stappen op het World Wide Web zette had ik al wel het idee dat het een blijvertje zou zijn (terwijl Bill Gates in exact datzelfde jaar claimde niet geïnteresseerd te zijn :) ). Inmiddels is het gebruik van internet bij alles wat ik doe een standaard middel. Fotografie, genealogie, nieuws volgen, communicatie met familie, vrienden en collega's, en zelfs het volgen van Ajax-PSV wanneer het niet uitgezonden wordt op de televisie. Toch zaten er nog wel een paar Dingen tussen die ik ofwel helemaal nog niet kende, of die ik nu op een andere manier heb leren kennen.

Op dus naar het interview dat Rob Coers met elke 23-archiefdingenafsluiter houdt.

zondag 7 maart 2010

Ding 22: Mobiele toepassingen

Volgens de beschrijving bij dit Ding behoor ik tot de niet meer zo exclusieve club van 15% van de Nederlanders die een Smartphone heeft. Aangezien ik weiger om een aai-foon te kopen (ik HAAT iTunes met een passie) en de Android telefoons destijds nog niet over een goede routeplanner beschikten werd het een telefoon met Windows Mobile 6. Met GPS, met camera, draadloos internet en natuurlijk ondersteuning voor 3G, tegenwoordig het best bekend als "mobiel internet".

Nu ben ik al een tijdje geen tiener meer, dus is mijn telefoon niet 24 uur per dag bij me, maar de (gemiddeld) 16 uur dat ik wakker ben is hij toch wel vaak in de buurt. Het gebruik van internettoepassingen is een dusdanig standaard deel van mijn leven geworden dat ik hem graag bij me heb. Via de mobiele internet verbinding synchroniseert hij automatisch mijn agenda en mijn email, en geeft me dus braaf 15 minuten voor elke vergadering een seintje. Voor iemand wiens werkdag voornamelijk bestaat uit bijeenkomsten en vergaderingen een erg handige toevoeging.

Naast deze nuttige dingen kan de telefoon ook en vorm van ontspanning en tijdverdrijf zijn. Tijdens tram- en treinreizen even Nu.nl lezen of mijn twitterberichten doornemen, muziek of radio luisteren, het kan allemaal. En ben ik een keer verdwaald of moet ik met de auto naar een nieuwe locatie, dan heb ik er zelfs een routeplanner op. Nog niet veel gebruikt maar in de toekomst wel potentieel handig: hij kan QR codes lezen, zoals dat vreemde blokkige vierkantje in de balk hier rechts naast. Een soort "streepjescode 2.0".

Oh, en bijna vergeten: je kunt er nog mee bellen ook!

Ding 21 deel 2: Archief 2.0

Gelijkgestemden die zich verenigen is niets nieuws. Sterker nog, onze grondwet spreekt erover:

Artikel 8: Vrijheid van vereniging
Het recht tot vereniging wordt erkend. Bij de wet kan dit recht worden beperkt in het belang van de openbare orde.

Artikel 9: Vrijheid van vergadering en betoging
1. Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
2. De wet kan regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Gelijkgestemden die via internet zich vereniging en hun bijeenkomsten, besprekingen en vergaderingen online doen is iets nieuwer. En alhoewel er op internet vaak tientallen plekken vrijwel gelijktijdig het levenslicht zien zijn er meestal maar een paar die uiteindelijk "dé" plek worden waar "men" naar toegaat. Voor archivarissen het door Christian opgerichte Ning-netwerk Archief 2.0.

Het opnoemen van de voordelen van een online netwerk als Archief 2.0 zou een grote lijst open deuren worden: discussiegroepen, forums, contacten leggen, etc. Dezelfde voordelen die gewone verenigingen ook bieden, alleen nu via internet. En aan de grondwet te zien zijn moderatoren ook niets nieuws: de wanordelijkheden die nu door ongewenste bezoekers worden aangericht waren kennelijk in 1815 ook aanwezig, al maakten ze toen vast geen reclame voor Viagra.

Ding 21 deel 1: Archivaris 2.0

De hele 2.0 gedachte is gestoeld op twee-richting-verkeer. Waar de oude 1.0 methode uitging van een producent -> consument relatie, gaat de 2.0 methode meer de boeddhistische richting uit: in elke vorm van communicatie is iedereen net zo hard leraar als leerling, en kan iedereen gelijktijdig leren van iemand anders, en die ander ook wat bijbrengen.

Binnen het project Beelden voor de Toekomst, waar het NA in deelneemt, is dit mooi tot uitwerking gekomen: we digitaliseren foto's voor het publiek, en een aantal mensen uit datzelfde publiek helpt als vrijwilliger mee om voor ons de foto's te voorzien van metadata. Niet alleen omdat we de handen nodig hebben, maar ook omdat ze vaak over een schat aan kennis beschikken die we goed kunnen gebruiken.

Maar goed, de meeste lezers hier zullen uit de 23-archiefdingengemeenschap zelf komen, en preaching to the choir is nooit een favoriete bezigheid van mij geweest. Terug naar de opdracht dus!

Uit de lijst Extra Informatie heb ik gekozen voor het Handvest voor de Archivaris 2.0 van Christian van der Ven. Deze post, inmiddels 1,5 jaar oud, is nog steeds een goede leidraad. En al ben ik dan geen archivaris, in dit geval lees ik het maar even als "Handvest voor de medewerker van een archiefinstelling 2.0". Bij het doorlezen viel één van de punten mij direct op: "Ik wacht niet tot iets perfect is voordat ik het vrijgeef en ik pas het aan op basis van reacties van gebruikers.". In 2007, bij de sollicitaties voor een 2e ICT Projectadviseur was één van de vragen die ik stelde aan de kandidaten: "Wanneer er genealogische bronnen voor het publiek gedigitaliseerd worden, gaat jouw voorkeur dan uit naar 5 bronnen perfect digitaliseren, of 15 bronnen 'goed genoeg' digitaliseren?"

Uiteraard beantwoordde de uiteindelijk gekozen Tim de H. deze feilloos: zorg dat het materiaal online staat en dat mensen er vanuit huis hun onderzoek net zo goed kunnen uitvoeren als dat ze normaal in de studiezaal zouden kunnen. Verbeteringen in de toegankelijkheid zijn daarna natuurlijk erg welkom, maar de eerste stap is de belangrijkste.

Ook de twee direct daaronderstaande punten kan ik van harte onderschrijven:
  • Ik ben niet bang voor Google of soortgelijke diensten, maar zet deze diensten in ten voordele van gebruikers, terwijl ik ook excellente diensten lever die gebruikers nodig hebben.
  • Ik vermijd dat gebruikers eerst thuis moeten raken in de terminologie en systematiek van de archivaris, maar geef diensten zo vorm dat die een weerspiegeling zijn van voorkeuren en verwachtingen van gebruikers.
Google en soortgelijke diensten kunnen op het eerste gezicht eng lijken voor informatieleveranciers: voor dat je het weet word je door een publiek gevonden waar je geen rekening mee had gehouden. En dat sluit mooi aan bij het punt eronder: zorg ervoor dat je met alle soorten publiek rekening houdt. Zie het niet als een probleem, maar als een kans om jouw materiaal aan een veel breder publiek te openbaren dan je misschien in eerste instantie dacht.

En dat is naar mijn mening de kern van een archiefinstelling: ervoor zorgen dat iedereen tot in lengte van dagen de bewaarde informatie kan vinden en inzien. Dat het daarvoor duurzaam bewaard en terugvindbaar moet worden opgeslagen is wat mij betreft niet meer dan noodzakelijke voorwaarde, en niet een doel opzich.

Ding 20: Footnote

Na alleen nog maar de homepage van Footnote bekeken te hebben ben ik al enthousiast: een uitstekende manier om een historische homepage te maken! Een aansprekend motto "Where history will surprise you", direct ernaast een zoekbalk waar je wordt opgeroepen een naam, jaar of gebeurtenis in te typen, een tijdbalk, wat statistieken en visueel aantrekkelijke links naar collecties en de abonnementsdienst. Op één pagina alles wat je nodig hebt als grasduiner, maar ook alles binnen handbereik om als diepgraver aan de slag te kunnen.

Een goede en functionele vormgeven is natuurlijk mooi, maar een website als Footnote staat of valt met de inhoud. Wanneer je na een paar pogingen nog niets interessants bent tegengekomen zien ze je er niet meer terug. Maar dat heeft Footnote uitstekend voor elkaar. Als ik nu een Amerikaanse scholier was die een werkstuk voor Geschiedenis zou moeten maken, was ik vast niet weg te slaan van deze site!

Maar ook voor niet-Amerikaanse niet-scholieren die niet een werkstuk moeten maken is het een mooie website, met alleen hetzelfde gevaar als Wikipedia: voor je het weet ben je 4 uur verder en zit je je af te vragen hoe je ook weer van een pagina over de burgeroorlog via-via-via-via bent uitgekomen bij een pagina over lampekappen in zuid Florida.

Dan de toepassingsvraag: zie ik dit als nuttig voor het Nederlandse archiefveld? Absoluut! Graag zelfs! Ik ben alleen erg benieuwd hoeveel tijd en geld erin is gaan zitten om Footnote op te zetten. Het ziet er namelijk uit als een ontzettende hoop (nuttig!) werk.

Ding 19: Genealogie 2.0

De eindsprint in 23 archiefdingen die ik voor vandaag gepland heb begint makkelijk: Genealogie 2.0. Terwijl ik luister naar de persconferentie op Omroep Zeeland over het familiedrama in mijn geboortestad Zierikzee kan ik dit Ding eenvoudig samenvatten: www.jeroenvanluin.nl

Mijn genealogische website is gevuld met gegevens die ik gevonden heb tijdens onderzoek in archieven, maar ook via onderzoek op Internet. Samen met anderen met wie ik gemeenschappelijke voorouders heb probeer ik de genealogische puzzel op te lossen. De websites van Genlias en de diverse Digitale Stamboom sites bij archieven zijn natuurlijk "Web 1.0", maar door het publiceren van mijn eigen gegevens op een website kan ik daar een "Web 2.0" laag overheen zetten: geïnteresseerden kunnen op mijn website suggesties aandragen en, wanneer ik ze daar toestemming voor geef, delen van de stamboom zelf aanpassen en toevoegen. Dat laatste is nog niet in de praktijk gebeurd, maar zou wel kunnen. De meeste aanvullingen die ik krijg gaan "ouderwets" per e-mail.

zaterdag 20 februari 2010

Ding 18: LibraryThing

't Begint wat oud nieuws te worden, maar met LibraryThing heb ik weer een Ding te pakken wat ik al goed ken. Sinds mei 2009 heb ik een groot deel van mijn boekenkast erin staan. Althans, van de boeken die ik daadwerkelijk in de kast heb staan, de kinderboeken die ik nog ergens in verhuisdozen heb zitten reken ik daar niet bij.

Het leuke aan LibraryThing is dat je niet alleen voor jezelf kunt bijhouden welke boeken je hebt (en wanneer je, zoals sommige collega's, regelmatig boeken koopt én een smartphone hebt, zelfs op afstand kunt kijken of jij danwel je moeder een boek al heeft of niet), je kunt ook suggesties krijgen! Mensen met een gelijke smaak in boeken, hoe breed je smaak ook is, hebben vast boeken of schrijvers in hun collectie zitten die je nog niet kent.
Niet heel verbazingwekkend: ene 'yhoitink' staat bij mij in de top-5 van mensen met gelijke boekensmaak.

Overigens heeft de suggestie-optie van LibraryThing bij mij nog niet tot nieuwe ontdekkingen geleid, maar dat komt doordat ik nog zat boeken in mijn kast heb staan die ik nog niet gelezen heb, ik koop ze sneller dan ik ze lees.

maandag 15 februari 2010

Ding 17: Sociale netwerken

Sociale netwerken... ik vraag me sterk af of er nog 65-minners zijn die er niet op zitten. Hyves heeft zo'n beetje iedereen wel, maar is onder "mijn" generatie alweer op z'n retour. Inmiddels is Facebook helemaal je-van-het, met als grote voordeel dat je internationale contacten er ook bij kunnen. En met familie "down-under", m'n internationale oud-collega's uit mijn AiO-tijd en een groep oud-huisgenoten waarvan een deel z'n heil buiten de Nederlandse landsgrenzen heeft gezocht is dat toch een aangename toevoeging.

(Los van dat het natuurlijk onmeunig interessant staat om veel internationale namen in je vriendenlijst te hebben)

Ding 16: Chatten

Over vermenging van werk en privé gesproken...  sinds de verhuiziging van een deel van het Nationaal Archief naar de Hoftoren hebben we bij de (voormalige) ICT afdeling ook het chatten ingevoerd. Gebruikmakend van mijn Google-account en via de Pidgin client die al in de pagina van Ding 16 genoemd werd. Ooit begonnen met ICQ, daarna via MSN overgegaan naar Google Chat. En alhoewel ze het inmiddels allemaal wel kunnen gebruik ik voor de voice-chat (gewoon praten dus) toch meestal wel Skype.

Maar ja, het Google-account waar ik nu op het werk me chat, gebruik ik privé ook.  En als ik voor m'n collega's online ben, ben ik dat voor mijn vrienden dus ook. Dus kan het je zomaar gebeuren dat je op een werkdag privé aan het chatten bent, of dat je op je vrije dag toch over werk chat.

Ding 14: Wikizandbak

Het nadeel van achterlopen in een cursus is dat je soms sprintjes moet trekken om weer bij te komen. Het voordeel bij 23AD is voor mij dan wel weer dat ik het meeste ervan al ken. Zoals ik in de vorige post aangaf zijn Wiki's voor mij bekend terrein: zowel het lezen, het schrijven als het opzetten en inrichten van Wiki's heb ik meer dan eens gedaan. Ik ga me er bij Ding 14 dan ook makkelijk vanaf maken: gedaan!

donderdag 4 februari 2010

Ding 13: Wiki's

Wiki's... zo bekend voor mij dat ik me haast niet voor kan stellen dat er nog mensen zijn die het niet gebruiken. Wanneer ik iets of iemand wil opzoeken is het inmiddels een reflex geworden om de engelstalige of nederlandstalige Wikipedia te openen. De zoekbox in mijn webbrowser (Firefox) heeft inmiddels naast het zoeken in Google ook de mogelijkheid om direct in de engelstalige Wikipedia te zoeken. Erg handig!

Wat betreft het gebruik voor archiefdiensten, zie ik twee grote toepassingen: kennismanagement via een intranet-wiki, en gebruik bij het invullen, aanvullen of verbeteren van metadata.

Om met het eerste te beginnen: kennismanagement is al heel lang een hot-issue binnen elk bedrijf. Niet voor niets staat er in de opdrachtsbeschrijving van dit Ding al dat intranet-wiki's als paddenstoelen (even op Wikipedia opgezocht, het is inderdaad paddenstoel, en niet paddestoel) uit de grond groeien. En ook binnen het NA is het een bekende vraag: "Wat nou als die-en-die met pensioen gaat?"

Kennismanagement via een intranet-wiki is dan een mogelijke oplossing, mits het ook daadwerkelijk gebruikt wordt. Bij mijn vorige werkgever moest en zou er een wiki in de lucht gebracht worden, maar twee jaar nadat ik dat ding had opgezet stond er nog steeds alleen een welkomstpagina op. Maar uit het succes van Wikipedia kun je wel afleiden dat het kan werken. Wanneer zelfs het Zazaki (een Iraans-koerdische taal dat alleen in het Turkse deel van Noord-Koerdistan wordt gesproken) beschikt over meer dan 2800 lemma's kun je wel stellen dat het een perfect voorbeeld is van een geslaagd Crowdsource project. Dat de oprichter van Wikipedia bezwaar maakt tegen het gebruik van de term 'crowdsourcing' voor Wikipedia doet daar niets aan af.

De tweede mogelijkheid van het toepassen van Wiki's in het archiefwezen is puur een consumerende kant, en dan voor mijzelf weer met name de Wikipedia. In de afgelopen jaren is het nogal eens voorgekomen dat ik beschrijvingen of trefwoorden in de Beeldbank wilde standaardiseren. Maar of plaatsen nou "aan de Rijn", "aan den Rijn", "aan de IJssel" of "aan den IJssel" liggen, of een meervoudige plaatsnaam wel of geen streepjes tussen de woorden krijgt, of in welke provincie een grensplaats tegenwoordig ligt weet ik regelmatig niet zeker. Gelukkig hebben we dan Wikipedia.

Ding 12: Delicious

Eindelijk een onderwerp binnen de 23 archiefdingen dat ik nog niet kende: Delicious. Nou ja, ik kende het wel van naam natuurlijk, maar ik deed er zelf nog niets mee. Het komt zo snel op mij over als Twitter, maar dan alleen voor URL's. Met als bijkomend voordeel dat je ze niet zo snel verzanden tussen allemaal andere berichtjes, en voorzien zijn van, en doorzocht kunnen worden met tags. Tags, toch wel één van de betere uitvindingen sinds voorgesneden brood.

Overigens geldt voor zoeken op tags natuurlijk hetzelfde 'self-fulfilling prophecy' verhaal als bij zoeken met Google: populaire dingen worden veel getagd, eindigen daardoor hoger bij toekomstige zoekopdrachten, waardoor meer mensen ze zullen lezen en ze dus meer worden getagd, daardoor hoger eindigen bij zoekopdrachten, etc.  (Voor zoeken met Google geldt dat websites waar veel naar gelinkt wordt hoger eindigen, waardoor meer mensen ze vinden en een link aanbrengen, waardoor ze hoger eindigen, waardoor meer mensen ze vinden, etc.)

Al met al een tweepuntnulletje waar ik best potentie in zie. Helemaal omdat je een netwerk van mensen aan kunt leggen met overeenkomstige interesses, en je van je netwerkupdates een RSS feed kunt opvragen. Snel toegevoegd aan m'n RSS lezer!

Ding 11: Visie op Web2.0

De opdracht voor ding 11:
[...] het is interessant om nu al te horen hoe jij nu aankijkt tegen de ontwikkelingen die we tot nu toe hebben bekeken in relatie tot je archiefinstelling.
met als één van de onderwerpsuggesties 
Wat merk je in de wereld om je heen van blogs, RSS, online fotoalbums en mashups, nu je deze dingen hebt leren kennen? Hoor je die termen nu meer? Kijk je met een andere blik rond op het web?
Ja, ik hoor ze nu vaker. Sterker nog, in de afgelopen weken zijn blogs en feeds vaker wel onderwerp van gesprek geweest dan niet. Maar juist die discussie is de reden dat ik nog even wegblijf bij Archief 2.0, en dat ik de vraag over hoe zinvol Web 2.0 is nog niet kan beantwoorden. Tijdens één van de discussieochtenden opperde een collega dat "met Web 2.0 elke medewerker een ambassadeur kan worden van de instelling". Ik ben alleen nog (of eigenlijk, niet meer) overtuigd dat ik voldoende weet waar ambassadeur-zijn eindigt en uit-de-school-klappen begint.

Uiteraard ben ik nog wel steeds overtuigd van de kracht van Web2.0. Ik tweepuntnulde al ver voor 23-archiefdingen begon, en zal blijven tweepuntnullen lang nadat 23-archiefdingen eindigt. Alleen niet (meer) werkgerelateerd.

maandag 7 december 2009

Georefereren van kaarten

Kaarten digitaliseren stopt niet wanneer je de scan hebt. De scan moet worden voorzien van beschrijvende metadata, zodat bezoekers hem ook daadwerkelijk kunnen terugvinden. In onze digitale toegangen kun je van (bijna) alle archieven de beschrijving lezen en doorzoeken, zo ook in de toegange van de kaartenarchieven. Alleen is het voor kaarten bij lange na niet de doeltreffendste manier: plaatsnamen, rivieren en grenzen veranderen. En elk dorp, elk watertje, elke boom of kerktoren opnemen in de beschrijving levert levert pagina's aan beschrijving op per kaart. Voor één kaart nog wel leuk om te doen, maar zodra het aantal kaarten in de duizenden loopt gaat de lol er snel af. Gelukkig zijn er visuelere alternatieven die naast de tekstuele beschrijving kunnen worden gebruikt. Eén daarvan is georefereren.

Georefereren is één van de oplossingen die het terugvinden van gescande kaarten vergemakkelijkt. Bij georefereren leg je vast welk deel van de wereldbol getoond wordt op de kaart. Daarmee wordt het mogelijk dat iemand een gebied op de wereldkaart aanwijst en vervolgens een overzicht krijgt van welke kaarten in onze collectie zitten waar dat gebied op voorkomt. Nu moet alleen iemand er nog voor zorgen dat de geodata voor elke kaart beschikbaar komt. En in de tijd van Web 2.0 en de steeds populairder wordende user generated content zou het mooi zijn wanneer vrijwilligers uit ons publiek daarbij kan meehelpen.

De tsjechische onderzoeker Klokan Petr Přidal heeft hiervoor een aantal mooie open-source tools ontwikkeld. Vanuit de proefopstelling Kaarten en Tekeningen uit het Conservatorenmodel ben ik bezig geweest om deze tools om te zetten tot een werkend prototype. Helaas werkt deze momenteel alleen nog vanaf PC's binnen het Nationaal Archief netwerk, zodat ik het hier met screenshots zal doen.

woensdag 25 november 2009

Ding 8: Youtube

Youtube, net als Flickr niet alleen handig en nuttig wanneer je over een specifiek onderwerp een foto of video zoekt, maar ook om jezelf in een verloren half-uurtje te vermaken. Bijvoorbeeld de in België razendpopulair Kabouter Wesley: een grofgebekte, slecht getekende kabouter die in korte filmpjes avonturen beleefd. Wanneer het soort humor je ligt, erg grappig:



Maar dan de concrete vraag van 23AD: hoe is dit interessant voor archiefinstellingen?

Het antwoord op de vraag is vrij eenvoudig: het Nationaal Archief maakt al gebruik van Youtube, met een eigen kanaal:

De dNA film:


en de afgelopen Ketelaarlezing:





Video maakt dat je een boodschap heel visueel kunt overbrengen, waardoor de boodschap, mits goed gebracht, heel duidelijk overkomt. Wanneer we onze informatiebladen zouden vervangen door instructievideo's zou het voor onze bezoekers duidelijker zijn wat ze kunnen verwachten en hoe ze te werk moeten gaan, dan met tekst alleen.

Ding 7: Ontdek Flickr verder

Het hele verhaal rond rechten, Creative Commons en dergelijke gebruik ik al een tijdje, dus mijn belangstelling in Ding 7 richt zich voornamelijk op de mashups en andere tools die gebruik maken van afbeeldingen uit Flickr.

Eén van de tools die me erg aansprak, maar die als je niet oppast een flink stuk van je tijd in beslag neemt is Flickriver. Deze toont een "oneindige" rivier van foto's onder elkaar, willekeurig gekozen of uit een opgegeven zoekopdracht, groep of trefwoord (tag).

Bijvoorbeeld: de rivier van mijn photostream op Flickr.

Een ander voorbeeld: het maken van een badge, een overzicht van willekeurige foto's met een bepaald thema, trefwoord of van een bepaalde gebruiker. De badge met trefwoord 'nationaal archief':

View most interesting 'nationaal archief' photos on Flickriver

Ideaal wanneer je zelf geen zin of tijd hebt om afbeeldingen uit te zoeken voor bij een post, op deze manier wordt het zoekwerk voor je gedaan!

dinsdag 17 november 2009

Ding 6: Flickr

Voor ding 6, Flickr, ga ik mezelf er eens makkelijk van afmaken :) Ik gebruik al een tijdje Flickr om m'n foto's op te zetten. Zo nu en dan trek ik er met m'n Canon 450D op uit om, meestal in en om Den Haag of in het Natuurpark Lelystad foto's te maken. Op vakantie heb ik hem tot nu toe nog niet meegenomen, dan maak ik nog gebruik van een makkelijke compactcamera, waarmee je ook nog best mooie resultaten kunt krijgen.

Eén van de foto's waar ik recent vrij verbaasd over was, is er een die vanaf m'n eigen balkon is gemaakt. Als je hem hier in het klein ziet valt het nog niet zo heel erg op, maar als je erop klikt en de volle grootte ziet, blijkt dat je met een telelens nog verbazingwekend veel detail te zien krijgt:



Voor een volledig overzicht van wat ik tot nu toe op Flickr heb neergezet, kun je kijken op mijn Flickr photostream.. In de rechterzijkant van deze blog zie je ook een diavoorstelling met de meest recente toevoegingen aan mijn flickr-stream.

Ding 3: Reageren

Reageren op anderen is een nuttig ding om aan het begin te hebben, maar er valt zeker in het begin nog weinig over te bloggen. Mijn groepsgenoten blijken nog niet vlammend hun blogs vol te posten, dus ik zal nu eerst nog over de groepsgrenzen heen moeten kijken.

Deze post is nu dus nog wat kort, maar in de loop der 23 dingen dagen zal hij vast wel uitgebreid worden:

Ding 4 & 5: RSS

Het gebruik van RSS is voor mij al een tijdje dagelijkse kost. Ooit eens met Yvette meegekeken, en besloten dat het voor mij een groot probleem zou oplossen: van de hele (inmiddels 200+) websites waar af en toe wat verschijnt wat ik interessant vind, zijn er maar een paar waar elke dat wat nieuws op wordt gepost. Het gevolg was dat ik maar af en toe op zo'n website keek, om er vervolgens achter te komen dat er al een paar weken daarvoor iets heel interessants was neergezet.

Vandaar mijn interesse in RSS: een programmatje dat voor mij bijhoudt welke websites ik wilde volgen, en telkens wanneer er wat nieuws staat mij de titel en de eerste paar regels laat zien. Op die manier kun je makkelijk bijblijven, zowel werkgerelateerd als privé. En dat heeft ook voordelen... na een aantal discussiepostings over digitaal archiveren is het best prettig om even de nieuwste Fokke & Sukke te lezen!

Wat betreft het vinden van RSS feeds: de optie die mij verreweg de meeste feeds opleverde staat niet genoemd in het lijstje: de optie "beter goed gejat dan slecht verzonnen". De al eerder genoemde coach Yvette heeft mij een export gegeven van al haar archief- en cartografiegerelateerde feeds. Even importeren, en een al bijzonder uitgewerkte lijst stond op me te wachten.

dinsdag 3 november 2009

Ding 1: ontdek de cursus

Je denkt: 2 minuten die kolom tekst doorlezen, en klaar. En voor je het weet zit je 2x 5 minuten gebiologeerd naar filmpjes te kijken over de nieuwe manier van het omgaan met informatie in de "Web 2.0" wereld.

Informatie wordt niet meer (alleen) door specialisten in een bepaald hokje geduwd en daarna aan de consument gegeven, maar past nu gelijktijdig in meerdere hokjes, en kan door iedereen in een hokje gestopt of uit een hokje gehaald worden. Iedereen kan zijn of haar mening geven, en iedereen kan zijn of haar kennis uitdragen. Met als gevolg wel een voor archivarissen bekend probleem: hoe vind je die informatie of meningen die voor jou interessant zijn in het gigantisch grote aanbod? In de 24 uur nu sinds de start van dit blog zijn er meer dan 900.000 andere blogs gestart, dus meer dan 900.000 andere mensen met een mening die ze willen uitdragen.

Maar ergens is het ook wel geruststellend om te weten dat deze woorden maar door een klein aantal mensen gelezen gaat worden. Kan ik tenminste rustig m'n gang gaan zonder bij elk woord af te vragen of ik dat wel aan de hele wereld moet vertellen.

De twee filmpjes van Ding 1 (The Machine is us/ing us en Information r/evolution) zijn een mooie introductie, een schets van de uitdaging die deze nieuwe manier van met informatie omgaan ons biedt. Eigenlijk zou iemand daar eens een Nederlandstalige versie van moeten maken!